Uitgaanstips Vollenhove Overijssel
WAT IS ER ZOAL TE DOEN IN EN RONDOM DE OUDE STAD VOLLENHOVE IN OVERIJSSEL
OMGEVING VOLLENHOVE OVERIJSSEL
In de omgeving van Vollenhove is het goed vertoeven. Hotel Landgoed Oldruitenborgh is erg gevarieerd. De gebouwen worden omgeven door een Engelse landschapstuin. Aansluitend aan de tuin is een park met bos en de ruïne van kasteel Toutenburg. Dit is onder andere een prachtige plek voor een fotoreportage.
Aan de overkant van de straat bevinden zich historische tuinen van een andere stadshavezate: Marxveld. Bekende plaatsen als Giethoorn, Blokzijl, Kampen en Steenwijk liggen op een bereikbare afstand van Vollenhove. Vollenhove kent twee grote jaarlijks terugkerende evenementen: de Havendagen (eind mei/begin juni) en het Bloemencorso (laatste zaterdag in augustus). Ook ligt Vollenhove aan de rand van twee mooie natuurgebieden: De Weerribben en De Wieden. Vollenhove biedt met zijn mooie haven en monumentale panden ook de mogelijkheid voor historische stadswandelingen. Als gast van Landgoed Oldruitenborgh kunnen wij een stadswandeling door het oude stadje onder leiding van een gids voor u reserveren.
Wandelen: U kunt in het hotel een wandelkaart verkrijgen met een plateegrond daarin van Vollenhove.
De Weerribben. Hotel Landgoed Oldruitenborgh ligt vlakbij de Weerribben. Toen onze voorouders ontdekten dat van veen turf te maken was, veranderde het landschap in de kop van Overijssel snel. Binnen driehonderd jaar werd het veen dat zich in de loop van duizenden jaren had gevormd bijna helemaal afgegraven of opgebaggerd. Wat overbleef is een door mensenhanden geschapen gebied: een 3500 hectare groot zompig moeraslandschap waarin smalle stroken land en water elkaar tot aan de einder afwisselen. Het veen werd uit de trekgaten (de weeren) omhoog gehaald en op de lange smalle legakkers (de ribben) tussen de veenplassen te drogen gelegd. De verveners schiepen een landschap van land en water. Het unieke samenspel tussen mens en natuur zorgde op zijn beurt weer voor een opvallende moerasflora- en fauna. Nog altijd is de natuur in de Weerribben volop in beweging. Afgestorven resten van waterplanten zakken naar de bodem. In het ondieper wordende water groeien andere planten. Ook deze sterven af waardoor de bodem weer verder omhoog komt.
Door dit proces van dichtslibben en begroeien van de sloten ontstaan kraggen: drijvende pakketten van dode plantenresten. De kraggen vormen een ideale voedingsbodem voor riet. In dit gebied wordt riet geteeld voor de rieten daken op de boerderijen en huizen. Het riet is van heel goede kwaliteit. Men noemt het ook wel het goud van de Weerribben. Het riet wordt in de winter na de eerste nachtvorsten gesneden als het blad eraf is. Dan worden er veldbossen van gemaakt die later worden doorgebonden tot de handelsbosjes voor de dakdekker. Vooral in het westelijke open landschap van de weerribben kunt u in de winter- en voorjaarsmaanden de rietsnijders aan het werk zien. Moerasbossen, hooilanden, veel water, wuivend riet, jodelende wulpen, zwevende kiekendieven, uitbundig bloeiende orchideeën: dàt is de Weerribben. In 1992 werd de Weerribben uitgeroepen tot Nationaal Park. Dat betekent dat dit bijzondere gebied extra aandacht krijgt in de vorm van natuurbeheer en -ontwikkeling, wetenschappelijk onderzoek en extra middelen voor natuurvriendelijke recreatie.
De Wieden is een moerasgebied dat in de zeventiende eeuw is ontstaan door vervening. Het bestaat uit trekgaten en plassen, rietvelden, hooilanden en moerasbos. De Wieden vormt samen met het aangrenzende Nationaal Park De Weerribben één van de belangrijkste laagveenmoerasgebieden van West-Europa. De Wieden is ontstaan door turfwinning. Toen de vraag naar turf steeg, werden de uitgebaggerde trekgaten steeds breder en de legakkers steeds smaller - soms zelfs zo smal, dat bij storm het land door de golven werd weggeslagen. Zo ontstonden de grote plassen in De Wieden. De resterende trekgaten groeien geleidelijk dicht.
Dit verlandingsproces kent verschillende stadia, waaronder zeldzame drijftillen en trilvenen. Dit zijn dunne drijvende vegetaties die met het water meebewegen. In trilveen groeien onder meer schorpioenmos en bijzondere zeggen- en orchideeënsoorten. Om de verschillende verlandingsstadia met bijbehorende dieren en planten te behouden, maakt Natuurmonumenten dichtgegroeide trekgaten open en worden nieuwe trekgaten gegraven. Deze gaten groeien vervolgens weer dicht. Hier ontstaat na vijftig tot zestig jaar moerasbos, dat bestaat uit els, wilg en berk. Zo'n moerasbos is waardevol voor zangvogels als de wielewaal. In de zomer vissen grote groepen aalscholvers in het gebied. 's Winters verblijven er veel eenden als grote zaagbek, kuif- en tafeleend. In de zomer broeden de purperreiger en snor in overjarig riet.
De riet- en hooilanden worden jaarlijks gemaaid, omdat ze anders in moerasbos veranderen. Door het maaisel af te voeren, blijft het hooiland schraal. Er groeien bijzondere planten als rietorchis en dotterbloem. Langs de slootkanten staat waterzuring, waar de grote vuurvlinder zijn eitjes op afzet. De rupsen eten van dezelfde plant en verpoppen er vervolgens ook. Natuurmonumenten let er bij het maaien van de hooilanden op dat deze plant, evenals de nectarplanten kattenstaart en koninginnenkruid, blijven staan. De grote vuurvlinder komt alleen nog in de Kop van Overijssel voor en op enkele plaatsen in Friesland. Sommige stukken riet maait Natuurmonumenten eens per twee, drie jaar. Hier ontstaat overjarig, beschut riet waar grote karekiet en roerdomp hun nest in bouwen. De graslanden worden laat gemaaid, zodat weidevogels als grutto en watersnip hun jongen kunnen grootbrengen. De bossen rond de eendenkooien zijn soms honderd jaar oud en dienden om de eenden te lokken om ze te kunnen vangen. Nu vormen ze een rustplaats voor veel dieren. Tijdens een vaarexcursie kunt u de Grote Otterskooi bezoeken, de oudste eendenkooi van Europa.
Het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, ligt op een steenworp afstand: in Sint Jansklooster. Het centrum is gesitueerd op de plaats waar vroeger het dorpje Beulake lag. Bij een stormvloed is dit dorpje in vroegere tijden vergaan. In het centrum kan men informatie verkrijgen over de geschiedenis, de planten, de dieren en het beheer van de Wieden. Er zijn videofilms, een diashow en een bibliotheek, en er is een oude veenschuur met werktuigen die men vroeger gebruikte in de vervening. Men kan u uitgebreid informeren over de vele mogelijkheden in de Wieden voor wandelaars, fietsers en kanovaarders. Vanuit het centrum worden diverse excursies per boot georganiseerd door de Wieden. Reeds vanaf € 5,= kunt u een tocht maken. Alle excursies gaan per open boot, onder leiding van een deskundige schipper/natuurgids. Vertrekpunt van alle excursies is het bezoekerscentrum De Wieden in Stint Jansklooster.
Overige bezienswaardigheden rondom Landgoed hotel Oldruitenborgh zijn: - Orchideeënhoeve - Voorsterbos met waterloopkundig laboratorium - Schokland - Indische dierentuin in Tuk - Giethoorn - Musea: Fundatie Zwolle, Nijenhuis in Heino - Golfbanen: in Emmeloord en Havelte
Bronnen: Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer
|